Schola Cantorum

Schola Cantorum. Gregoriaans, het belcanto van de Romeinse Kerk

De Schola cantorum is het Gregoriaanse koor van de parochiekern van de H. Willibrord in Oegstgeest. Zij is veruit het oudste vocale ensemble, want zij werd opgericht medio 1939 ter gelegenheid van het 1200-ste bestaansfeest van de parochie. Een belangrijk aandeel in de ontwikkeling van de Gregoriaanse zang had Jan van der Poel die twee periodes dirigent was, te weten: tussen 1950 en 1960 en tussen 1970 en 1990. Van 1990 tot 2002 leidde Rob Koolemans Beijnen het koor; daarna nam Franz Straatman de leiding over tot 2012. Sinds 2012 is Rens Tienstra de dirigent.
De groep bestaat thans uit dertien zangers. Dat lijkt veel, maar om de zang op hoog peil te houden, is constante aanvulling zeer gewenst. Kom eens kijken en luisteren op onze vaste repetitieavond, ‘s maandags tussen 19.15 en 21.15 uur in de Willibrordkerk.

Hieronder vindt u alvast enige achtergronden van het gregoriaans.

Gregoriaans is de oudste, nog steeds beoefende West-Europese kunstmuziek. Zij ontstond te Rome en zuidelijk Italië gedurende de eerste eeuwen van de vorming van de Romeinse Kerk uit een samensmelting van diverse zangculturen. Belangrijkste elementen daarin waren de religieuze zang uit de joodse cultuur, en de liturgische zangstijl van de Byzantijnse Kerk, de oosterse tak van de katholieke kerk.

Gregorius en zijn duif
De benaming ‘Gregoriaans’ kwam pas veel later, in de elfde/twaalfde eeuw in zwang. Die benaming verwijst naar paus Gregorius I (gestorven 604). Hij zou een hervorming van de Romeinse ritus hebben doorgevoerd; er ontstond een legende dat hij de liturgische gezangen ingefluisterd kreeg van een duif, symbool voor de Heilige Geest. Het repertoire aan gezangen voor de eucharistievieringen ontstond evenwel in een lange periode, van rond 300 tot 1000. De composities getuigen van een zeer ontwikkelde vocale cultuur; het Gregoriaans is het belcanto van de eerste tien eeuwen in de West-Europese cultuurgeschiedenis.

De muzieknotatie bestond toen nog niet; de gezangen werd improviserend gevormd en door middel van voor- en nazingen aangeleerd en doorgegeven. Door de verspreiding naar de gekerstende landen benoorden de Alpen, mengden ook invloeden uit die culturen zich in de zang. Pas rond het jaar 1000 ontstonden mogelijkheden om muziek te noteren. Eerst noteerden de voorzangers tekentjes (neumen) boven de teksten. Langzamerhand ging men lijnen trekken en noten tekenen; zo ontstond het moderne muziekschrift.

In mis en vesper
Deze muziek vereist duidelijk speciale oefening. De Schola Cantorum (letterlijk: zangschool) houdt zich er iedere maandagavond tussen 19.15 en 21.15 uur (behalve in juli en augustus) mee bezig. Het koor zingt doorgaans op de derde zondag van iedere maand deze gezangen tijdens de eucharistieviering in de Willibrordkerk. De Schola zingt af en toe ook ‘moderne’ muziek, namelijk meerstemmige miscomposities uit negentiende en twintigste eeuw voor mannenkoor, en op projectbasis in combinatie met vrouwenstemmen.

Behalve de gezangen voor de eucharistie, beoefent de Schola Cantorum ook de gezangen voor vespervieringen. De Schola vierde het 65-jarig bestaan in 2004 met een eerste vesperviering en sindsdien zijn er vespers gezongen bij Maria-feesten, in Advent en Veertigdagentijd en ter ere van de heilige Willibrord. Een hoogtepunt in het bestaan van de Schola was de uitvoering van die Willibrordvesper in 2009 te Echternach (Luxemburg) bij het graf van de heilige beschermer van de Oegstgeester parochie.

Wie belang stelt in het Gregoriaans en mee wil werken aan het klinkend voortbestaan van deze geestelijke cultuurschat, en over een redelijk goede stem beschikt, is welkom voor kennismaking op een repetitie-avond.